Van onze economen
Zuid Europa: Herstel na de crisis

Herstel na de crisis
Zuid-Europa is tijdens en na de financiële crisis van 2008 in een periode van langdurige economische neergang terechtgekomen. Inmiddels krabbelt de regio weer op. Dankzij interventie van de ECB tijdens de Europese schuldencrisis en institutionele hervormingen is het vertrouwen teruggekeerd en is er weer sprake van groei. Dit neemt niet weg dat grote uitdagingen blijven bestaan, vooral in Griekenland en Italië.
Terugkeer economische groei
Zuid-Europa heeft de weg omhoog uit het economische dal weer gevonden. In Portugal en Spanje bevindt het bruto binnenlands product (bbp) zich weer boven het niveau van 2008 (Figuur). In Griekenland bevindt het bbp zich weliswaar nog fors onder het niveau van vlak voor de financiële crisis, maar ook daar groeit de economie voorzichtig. Dit neemt niet weg dat het Griekse bbp nog altijd een kwart lager is dan het niveau in 2008. Voor 2019 zijn de groeivooruitzichten voor Spanje (2,0%), Portugal (2,0%) en Griekenland (1,7%) beter dan het eurozone gemiddelde (1,1%). Alleen in Italië blijft de groei vanwege de politieke onzekerheid en een gebrek aan hervormingen achter (0% in 2019).
Het economische herstel in Zuid-Europa wordt vooral gedreven door de binnenlandse vraag. Het herstel op de arbeidsmarkt heeft geleid tot een stijging van de werkgelegenheid in de vier grote Zuid-Europese landen van 47,2 miljoen in 2013 naar 51,9 miljoen in het tweede kwartaal van 2019. Hierdoor is de werkloosheid gedaald ten opzichte van de piek in 2013-2014, maar deze blijft hoog vergeleken met het pre-crisis niveau en vergeleken met het eurozone gemiddelde. De gemiddelde werkloosheid in Zuid-Europa bedraagt 11,7%, waarbij Griekenland nog steeds de grootste uitschieter naar boven is (17,2%), ondanks de dalende trend die ook daar zichtbaar is. Ook het aantrekken van de woningmarkt heeft geleid tot een dynamiek die de binnenlandse vraag positief beïnvloedt. In 2018 namen de huizenprijzen in Portugal, Spanje en Griekenland toe (alleen in Italië was nog sprake van een lichte daling). Deze stijging van woningprijzen gaat gepaard met een toenemende bouwactiviteit en hogere uitgaven aan duurzame consumptiegoederen (bijvoorbeeld goederen gerelateerd aan woninginrichting).
Naar verwachting houdt de economische groei in Zuid-Europa voorlopig aan. De werkgelegenheid en netto vermogenspositie van huishoudens voeden de opwaartse spiraal. Er is een behoorlijke hoeveelheid arbeidspotentieel dat onderbenut blijft, waardoor de Zuid-Europese economieën nog lang niet tegen hun capaciteitsgrenzen aanlopen. De nog altijd hoge werkloosheidspercentages, zeker in verhouding tot Noord-Europese landen zoals Duitsland en Nederland, zijn een goede indicatie van dit onbenutte potentieel. Daar komt bij dat een aanzienlijk deel van de potentiële beroepsbevolking tijdens de crisis ontmoedigd is geraakt en niet meer actief zoekt naar een baan, dan wel een baan heeft, maar liever meer uren zou willen werken. Dit onderbenutte deel van de potentiële beroepsbevolking valt buiten de officiële werkloosheidscijfers en naar schatting 5 tot 15% van de beroepsbevolking in Zuid-Europa behoort tot deze groep.

Overheidsfinanciën verbeterd
De overheidsfinanciën in Zuid-Europa staan er inmiddels een stuk beter voor dan tijdens het dieptepunt van de Europese schuldencrisis in 2011-2012. Het begrotingstekort in alle Zuid-Europese landen bevindt zich in 2019 weer onder de grens van 3%, waarmee de buitensporige tekortprocedure van het Stabiliteits- en Groeipact niet langer van toepassing is. Wat meehelpt is dat de rente die overheden betalen op hun schuld een stuk lager is dan op het dieptepunt van de Europese schuldencrisis. De speech die ECB president Mario Draghi in juli 2012 gaf waarin hij zei “alles te zullen doen, binnen het mandaat van de ECB” om de euro te redden heeft hier sterk aan bijgedragen. Dit werd versterkt door het opkoopprogramma voor staatsobligaties dat in 2014 begon en nog altijd voortduurt.
De overheidsschulden van Spanje en Portugal laten de afgelopen jaren een dalende trend zien. In Italië en Griekenland is de situatie zorgwekkender, niet alleen omdat er geen duidelijke neerwaartse trend is, maar ook het niveau van de schuld is erg hoog (179% van het bbp in Griekenland en 133% in Italië). In Griekenland staat het grootste deel van de overheidsschuld uit bij officiële instanties, zoals de Europese noodfondsen EFSF en ESM, het IMF en verschillende Europese overheden, wat het risico verkleint. Voor Italië geldt dat het grootste deel van de overheidsschuld nog altijd in private handen is. Dit maakt de overheidsfinanciën kwetsbaar, wat eind 2018 nog maar eens bleek toen de rentes op Italiaans staatspapier opliepen als gevolg van onenigheid met de Europese commissie over de begrotingsnormen.
Bankensector versterkt, maar kwetsbaarheden blijven
Er is sinds de financiële crisis fors ingegrepen in de Zuid-Europese bankensector, met name in Spanje. Een deel van de zwakke banken is failliet verklaard en een ander deel geherkapitaliseerd. Inmiddels is de kapitaalpositie van de bankensector sterk verbeterd. Het uitzonderlijk ruime monetaire beleid van de Europese Centrale Bank (ECB) heeft geleid tot een verbetering van de kredietvoorwaarden en een voorzichtige kredietgroei. Wel blijft het percentage niet-presterende leningen relatief hoog, vooral in Griekenland (42,2%). Daarnaast blijft de winstgevendheid van de bankensector in een aantal landen, zoals Italië en Portugal, beneden peil.
Met de oprichting van de bankenunie is het institutionele kader versterkt. De ECB houdt toezicht op systeemrelevante banken in de eurozone en er is een gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme voor failliete banken. Met dit afwikkelingsmechanisme wordt getracht
de wisselwerking tussen bankwezen en de overheid te verkleinen. In Italië is dit nog altijd een potentieel probleem, omdat banken grote hoeveelheden staatspapier op de balans hebben staan
Mocht de overheid op enig moment moeten afschrijven op schuldpapier, dan komt de bankensector in de problemen. In Griekenland speelde een paar jaar geleden hetzelfde probleem, maar inmiddels heeft de ECB een groot deel van het Griekse schuldpapier opgekocht, zodat de koppeling tussen bankensector en overheid is verkleind. Dit laat tegelijkertijd zien dat het nog wel even kan duren voordat de meest kwetsbare economieën, zoals Griekenland, weer volledig op eigen benen kunnen staan.
Hoofdeconoom
Senior Econoom
