Geactualiseerd milieu- en sociaal beleid voor de exportkredietverzekering

Het milieu- en sociaal beleid voor de exportkredietverzekering is vernieuwd. Ook de beleidsverklaringen voor mensenrechten en dierenwelzijn zijn geactualiseerd

Internationale standaarden blijven de basis

Internationaal zakendoen vindt steeds vaker plaats in een complexe omgeving. Klimaatverandering, druk op natuurlijke hulpbronnen, arbeidsom­standigheden, mensenrechten en de positie van lokale gemeen­schappen kunnen direct van invloed zijn op de uitvoerbaarheid en risico’s van inter­nationale projecten. Voor de exportkrediet­verzekering betekent dit dat naast de financiële en commerciële aspecten ook zorgvuldig moet worden gekeken naar de mogelijke gevolgen voor mens, dier en milieu.

Daarom heeft Atradius DSB het milieu- en sociaal beleid voor de exportkrediet­verzekering in 2025 en 2026 opnieuw tegen het licht gehouden. Begin 2026 zijn het geactualiseerde beleid en de vernieuwde beleids­verklaringen Mensen­rechten en Dierenwelzijn via een openbare consultatie aan stakeholders voorgelegd. Na afronding van dit traject zijn de definitieve documenten vastgesteld.

Internationale standaarden blijven de basis

De actualisatie betekent geen breuk met de bestaande aanpak. De OESO Common Approaches, de IFC Performance Standards, de World Bank Group Environmental, Health and Safety Guidelines, de OESO-richtlijnen voor Multinationale Onder­nemingen en de UN Guiding Principles on Business and Human Rights blijven belangrijke referentie­kaders voor onze milieu- en sociale due diligence.

Wat verandert, is vooral de manier waarop deze kaders in de beoordeling worden toegepast. Het vernieuwde beleid maakt explicieter dat de diepgang van een beoordeling in verhouding moet staan tot de potentiële risico’s en effecten van een project.

Daarbij gaat het niet alleen om de aard en omvang van een risico. Ook wordt gekeken naar de invloed die betrokken partijen daadwerkelijk kunnen uitoefenen.

Eenvoudigere projectclassificatie

Ook de classificatie van projecten is vereenvoudigd. Waar het eerdere beleid vijf beoordelings­categorieën kende, wordt bij uitgebreide beoor­delingen voortaan gewerkt met de drie internationaal gangbare categorieën A, B en C.

Categorie A betreft projecten met potentieel grote en mogelijk onomkeerbare milieu- en sociale effecten. Bij categorie B zijn de potentiële effecten substantieel, maar doorgaans beperkter en beter te mitigeren. Categorie C is bedoeld voor projecten met weinig of geen nadelige milieu- en sociale effecten.

Daarmee sluit de classificatie directer aan op de OESO Common Approaches en de internationale praktijk. De risicocategorie bepaalt vervolgens welke informatie nodig is, hoe diepgaand de beoordeling wordt uitgevoerd en in welke mate bijvoorbeeld publicatie, projectbezoeken of monitoring nodig zijn.

Duidelijkere rol voor banken

Een belangrijke praktische wijziging betreft gefinancierde transacties. In het nieuwe beleid is duidelijker vastgelegd wat van een  bank wordt verwacht in het due diligence proces en, waar van toepassing, het monitoringsproces.

De  bank heeft een centrale rol in het organiseren van het E&S-proces en de communicatie tussen de betrokken partijen. Dat kan onder meer betrekking hebben op het verzamelen van informatie, het bewaken van de planning, het aanstellen van een onafhankelijke Environmental and Social Consultant, het organiseren van gezamenlijke site visits en het opstellen van een Environmental and Social Action Plan (ESAP).

Ook tijdens de looptijd van een financiering wordt die rol nadrukkelijker. De bank ziet toe op de uitvoering van overeen­gekomen maatregelen en deelt relevante monitoring­informatie met de betrokken partijen. Daarmee wordt de verdeling van verantwoor­delijkheden gedurende het gehele traject – van due diligence tot monitoring – inzichtelijker.

Meer aandacht voor mensenrechten en dierenwelzijn

Parallel aan het algemene milieu- en sociaal beleid zijn ook de beleidsverklaringen Mensenrechten en Dierenwelzijn vernieuwd.

Mensenrechten zijn integraal onderdeel van iedere milieu- en sociale beoordeling. Bij iedere aanvraag wordt gekeken naar mogelijk project gerelateerd mensenrechten­risico’s. Een verhoogd risico kan aanleiding zijn voor een uitgebreide beoordeling, waarbij ook risico’s in de relevante toeleverings­keten worden betrokken. De vernieuwde verklaring besteedt daarnaast nadrukkelijk aandacht aan stakeholder engagement, de inzet van invloed om risico’s te mitigeren en herstel wanneer negatieve effecten zich daadwerkelijk voordoen.

Voor sectoren waarin dieren een rol spelen, verduidelijkt de beleidsverklaring Dierenwelzijn het toetsingskader. Internationale normen van onder andere de World Organisation for Animal Health en de vijf vrijheden vormen daarbij belangrijke uitgangspunten. Verder zijn er expliciete criteria vastgelegd waaronder geen exportkrediet­verzekering wordt verstrekt.

Wat betekent dit voor exporteurs en financiers?

Voor exporteurs en financiers betekent het vernieuwde beleid vooral dat milieu- en sociale aandachts­punten vroegtijdig en gericht in beeld moeten worden gebracht. Bij projecten met beperkte risico’s kan de beoordeling proportioneel blijven. Naarmate de potentiële effecten groter worden, neemt ook de informatie­behoefte en de intensiteit van de due diligence en monitoring toe.

Daarmee is het beleid niet alleen geactualiseerd, maar ook praktischer georganiseerd: meer aandacht waar de risico’s het grootst zijn, een duidelijker internationaal herkenbare classificatie en helderdere verantwoor­delijkheden tussen de partijen die bij een project betrokken zijn.

Het geactualiseerde milieu- en sociaal beleid en de bijbehorende beleids­verklaringen Mensenrechten en Dierenwelzijn zijn te vinden op de website van Atradius DSB via LINK


Mandy van Leeuwen-Kop - Senior ESG & Sustainability Due Diligence Specialist

Contact


info.dsb@atradius.com 020-553 2693

Social Media


Lees meer


Wereldeconomie houdt stand, maar Hormuz blijft grootste risico