Wereldeconomie houdt stand, maar Hormuz blijft grootste risico
Stagflatie voorlopig te vermijden
De wereldeconomie lijkt een periode van stagflatie voorlopig te vermijden. De initiële energie- en handelsschok van het conflict rond Iran is beter opgevangen dan aanvankelijk werd gevreesd en de wereldwijde groei komt volgens Atradius in 2026 uit op 2,4 procent. De toestand is echter fragiel. Een nieuwe escalatie rond de Straat van Hormuz kan de olieprijs opnieuw sterk opdrijven en de mondiale groei vertragen tot 1,9 procent in 2026 en 1,4 procent in 2027. Vooral Europa is kwetsbaar voor zo’n nieuwe energieschok, terwijl de Verenigde Staten beter gepositioneerd zijn dankzij binnenlandse energieproductie en de investeringsgolf gedreven door kunstmatige intelligentie
De oorlog in Iran heeft de energieleveranties via de Straat van Hormuz sterk verstoord. Desondanks is de prijs van olie en kunstmest de afgelopen maanden weer wat gedaald, dankzij aanpassingen aan de vraagzijde van de economie, een gedeeltelijk herstel van de scheepvaart onder militaire begeleiding en alternatieve aanvoerlijnen van buiten de Golfregio. Daardoor zijn ook de inflatieverwachtingen gestabiliseerd en is het risico op een langdurige combinatie van hoge inflatie en lage groei afgenomen.
Straat van Hormuz blijft achilleshiel van de wereldeconomie
Het grootste neerwaartse risico voor de wereldeconomie ligt nog steeds bij de Straat van Hormuz. Een belangrijk deel van de mondiale olie- en gasstromen passeert deze smalle zeeroute, waardoor een langdurige blokkade vrijwel direct gevolgen heeft voor energieprijzen, transportkosten en inflatie.
Als de strijd tussen de Verenigde Staten en Iran opnieuw oplaait en de zeestraat tot het vierde kwartaal gesloten blijft, kan de Brent-olieprijs volgens het neerwaartse scenario van Atradius oplopen tot boven de 160 dollar per vat. De economische gevolgen zouden aanzienlijk zijn: de mondiale groei kan dan terugvallen naar 1,9 procent in 2026 en 1,4 procent in 2027, niveaus die Atradius als recessionair kwalificeert.
Een nieuwe energieschok zou bovendien samenvallen met een wereldhandel die al aan momentum verliest. Na een opvallend sterke groei van 4,6 procent in 2025 verwacht Atradius dat de groei van de wereldhandel in 2026 onder de 2 procent blijft. Hogere energieprijzen, zwakkere importvraag en aanhoudende onzekerheid over handelsbeleid remmen de internationale goederenstromen. In 2027 wordt een herstel naar ongeveer 3 procent verwacht.
Europa betaalt een hogere prijs voor de energieschok
De economische impact is niet overal gelijk. De eurozone is aanzienlijk kwetsbaarder voor hoge energieprijzen dan de Verenigde Staten, omdat Europa veel sterker afhankelijk is van geïmporteerde olie en gas.
Voor de eurozone voorziet Atradius in 2026 een groei van slechts 0,4 procent, tegenover 1,5 procent in 2025. In 2027 kan de groei weer aantrekken naar 1,5 procent. Hogere energieprijzen drukken niet alleen op de koopkracht van huishoudens, maar verhogen ook de productiekosten van bedrijven en verzwakken daarmee consumptie, investeringen en de concurrentiepositie van de Europese industrie.
Voor Nederland is het beeld iets gunstiger, maar eveneens gematigd. Atradius verwacht een economische groei van 1,0 procent in 2026 en 1,3 procent in 2027. De Nederlandse export houdt ondanks de Amerikaanse invoertarieven redelijk stand, maar onzekerheid over het internationale handelsbeleid maakt bedrijven voorzichtiger met nieuwe investeringen.
AI houdt Amerikaanse groei op peil
De Verenigde Staten onderscheiden zich juist positief van de meeste andere ontwikkelde economieën. Atradius voorziet een groei van 2,2 procent in 2026 en 2,6 procent in 2027.
De Amerikaanse economie profiteert van drie belangrijke groeimotoren: een grote binnenlandse energieproductie, expansief begrotingsbeleid en omvangrijke investeringen in AI, technologie en datacenters. Daardoor is de VS minder gevoelig voor hogere internationale energieprijzen en krijgt de economie tegelijkertijd een krachtige investeringsimpuls vanuit de technologiesector.
Die kracht kent wel een keerzijde. De Amerikaanse groei wordt steeds sterker gedragen door een relatief beperkt aantal sectoren en groepen huishoudens. Technologie, energie-export en de consumptie van huishoudens met hogere inkomens leveren een groot deel van de groei. Daarmee wordt de economie ook gevoeliger wanneer een van die groeimotoren verzwakt.
Europa dreigt achterstand in AI verder op te laten lopen
Juist op het gebied van AI wordt het verschil met Europa steeds zichtbaarder. Terwijl in de Verenigde Staten miljarden worden geïnvesteerd in datacenters, chips, infrastructuur en nieuwe toepassingen, blijft een vergelijkbare investeringsgolf in de eurozone vooralsnog uit.
Dat is relevant omdat AI niet alleen een technologiesector creëert, maar ook de productiviteit in bestaande bedrijven kan verhogen. Een bredere toepassing van kunstmatige intelligentie kan processen efficiënter maken, kosten verlagen en bedrijven helpen om personeel en kapitaal productiever in te zetten.
Voor Europa ligt daar volgens Atradius een belangrijke mogelijkheid om de economische weerbaarheid te versterken. De afhankelijkheid van geïmporteerde verdwijnt niet op korte termijn, maar een hogere productiviteit door middel van kunstmatige intelligentie kan wel helpen om het verdienvermogen te versterken. Daarvoor zijn meer investeringen nodig in digitale infrastructuur en vooral in de praktische toepassing van AI binnen bedrijven.
Rust op energiemarkten blijft bepalend
Het beeld van de Economic Outlook is daarmee genuanceerd. Een wereldwijd stagflatiescenario is voorlopig vermeden en de economie blijkt weerbaarder dan enkele maanden geleden werd gevreesd. Maar de onderliggende risico’s zijn niet verdwenen.
De wereldeconomie leunt op een fragiel evenwicht: dalende energieprijzen, voortgaande AI-investeringen en voldoende binnenlandse vraag moeten de economische tegenwind veroorzaakt door handelsspanningen en geopolitieke onzekerheid compenseren. Een nieuwe verstoring in de energieleveranties via de Straat van Hormuz kan dat evenwicht snel doorbreken.
Voor Europa ligt de uitdaging daarom op twee fronten: de kwetsbaarheid voor externe energieschokken beperken én tegelijkertijd het eigen verdienvermogen versterken. Een snellere toepassing van nieuwe technologie, zoals AI, kan het verschil maken om de productiviteit, investeringen en concurrentiekracht structureel te verhogen.