Terwijl de VS de deur verder sluit, zoekt de EU nieuwe handelsroutes
Het mondiale handelsklimaat blijft uitdagend
Internationaal zakendoen is de afgelopen jaren complexer geworden. De Verenigde Staten zijn protectionistischer geworden en maken steeds vaker gebruik van invoertarieven als instrument van hun industrie-, veiligheids- en buitenlandbeleid. Dit leidt tot hogere kosten, meer onzekerheid en grotere compliance-uitdagingen voor bedrijven die afhankelijk zijn van de Amerikaanse markt of van aan Amerika-georiënteerde toeleveringsketens.
De Europese Unie kiest een andere koers. Waar de VS handelsbarrières optrekt, probeert de EU handelskanalen juist open te houden en verder uit te breiden. Het recente EU-Mercosur-handelsakkoord en de voortgang in andere handelsbesprekingen laten zien dat Brussel actief werkt aan alternatieven voor een wereld waarin toegang tot de Amerikaanse markt minder vanzelfsprekend is geworden. Daardoor ontstaan ook weer nieuwe exportkansen.
Nieuwe Amerikaanse invoertarieven vallen mee voor EU, maar onzekerheid blijft
Op 24 juli 2026 traden nieuwe Amerikaanse tarieven in werking van 10% tot 12,5% voor zestig van Amerika’s belangrijkste handelspartners, waaronder de EU. De nieuwe tarieven vervangen het tijdelijke 10%-regime dat werd ingevoerd nadat het Amerikaanse Hooggerechtshof eerder dit jaar de wederkerige tarieven uit april 2025 ongeldig had verklaard. Ze moeten dan ook vooral worden gezien als een voortzetting van het bestaande, protectionistische beleid en niet als een nieuwe escalatie.
De nieuwe tarieven zijn formeel gekoppeld aan Amerikaanse zorgen over dwangarbeid, waartegen de getroffen landen onvoldoende zouden optreden, en vermeende oneerlijke handelspraktijken. Omdat zij zijn gebaseerd op sectie 301 van de Trade Act van 1974, beschikken zij over een bredere juridische basis dan eerdere tarieven onder zowel de IEEPA-noodwetgeving (de wederkerige tarieven van april 2025) als sectie 122 (die van februari 2026). Wij verwachten daarom dat de nieuwe tarieven voorlopig van kracht blijven en dat juridische procedures – zo stapten 25 Amerikaanse staten begin augustus naar de rechter – lang zullen duren.
Volgens Fitch is het effectieve Amerikaanse invoertarief sinds het nieuwe regime gedaald van 9,4% eind februari naar 7,4%. Dat komt omdat meer producten van de heffingen zijn vrijgesteld, waaronder bepaalde voedingsmiddelen, dranken en lucht- en ruimtevaartonderdelen die de VS niet zelf produceert, en omdat Fitch inmiddels recentere invoerdata gebruikt (2026 in plaats van 2024).
Voor de EU lijken de nieuwe maatregelen gunstiger dan verwacht. De EU blijft onder het 10%-tarief vallen, vergelijkbaar met Canada, India, Mexico en het VK, en lager dan de 15% die onder het zogenoemde Turnberry-akkoord tussen de EU en de VS van juli 2025 werd voorzien. Bovendien geldt voor de EU (en ook voor Taiwan) dat het nieuwe tarief niet bovenop het meestbegunstigingstarief (MFN-tarief) komt, zoals voor de andere landen, maar dat beide gezamenlijk worden gemaximeerd op 10%. Voor Japan, Zuid-Korea en Zwitserland geldt een vergelijkbare systematiek, maar ligt het maximum op 12,5%. Dit is gunstiger dan voor de andere landen die onder het 12,5%-tarief vallen, waaronder China, waar dit tarief bovenop het MFN-tarief wordt geheven.
Desondanks blijft de onzekerheid voor Europese exporteurs aanzienlijk. De Amerikaanse overheid onderzoekt onder sectie 301 mogelijke overcapaciteit in zestien landen, waaronder de EU. Dat onderzoek richt zich op strategische sectoren zoals elektrische voertuigen, staal, aluminium, zonnepanelen, halfgeleiders en consumentenelektronica. Daarnaast kunnen nieuwe sectorale onderzoeken onder sectie 232, waar de huidige tarieven van 50% voor staal, aluminium, ijzer en koper bijvoorbeeld onder vallen, leiden tot aanvullende handelsbeperkingen. Zo heeft de VS al verschillende keren gedreigd met tarieven op geneesmiddelen en recent ook op drones. Verdere tariefverhogingen zijn dus nog steeds mogelijk, ook voor Europese exporteurs.
EU- Mercosur akkoord biedt een positiever handelsverhaal
Tegenover toenemende geopolitieke spanningen en de dreiging van nieuwe sectorspecifieke handelsmaatregelen vanuit de VS staat een EU die blijft inzetten op handelsliberalisatie. Het EU-Mercosur-akkoord vormt hiervan het belangrijkste voorbeeld. Na meer dan 25 jaar onderhandelen ondertekenden de EU en vier Mercosur-landen, Argentinië, Brazilië, Paraguay en Uruguay, op 17 januari 2026 hun partnerschapsovereenkomst. Aangezien volledige ratificatie lang duurt, besloot de Europese Commissie op 27 februari over te gaan tot voorlopige toepassing van het handelsgedeelte. Dat trad op 1 mei inwerking, nadat de Europese Raad hiermee had ingestemd.
Sindsdien kunnen exporteurs profiteren van de geleidelijke afbouw van tarieven op ongeveer 91% van de goederenhandel tussen beide blokken, de vereenvoudiging van douaneprocedures, harmonisatie van technische standaarden en betere toegang tot overheidsaanbestedingen. Ook worden geografische aanduidingen beter beschermd. Vooral voor producenten van machines, voertuigen en chemische producten creëert dit nieuwe kansen, omdat zij nu kunnen profiteren van de huidige aanzienlijk lagere invoertarieven binnen Mercosur. Nederland profiteert daarbij niet alleen als exporteur, maar ook als logistieke toegangspoort tot Europa. Ongeveer 26% van de Mercosur-export naar de EU komt via Nederlandse havens binnen. Ook groeide de Nederlandse export naar Mercosur de afgelopen jaren sneller dan de totale Nederlandse goederenexport.
Het akkoord ondersteunt bovendien de Europese strategie om handelspartners, grondstoffenvoorziening en toeleveringsketens verder te diversifiëren. Mercosur biedt niet alleen toegang tot een markt van ruim 270 miljoen consumenten, maar is ook een potentiële partner voor energie en kritieke grondstoffen. Argentinië heeft grote lithiumreserves, terwijl Brazilië rijk is aan onder meer grafiet, mangaan, nikkel, bauxiet en zeldzame aardmetalen, grondstoffen die essentieel zijn voor batterijen, schone technologie en de energietransitie.
De EU streeft niet alleen naar nieuwe handelsrelaties, maar verdiept ook bestaande
Zo bereikten de EU en Mexico in januari 2025, na bijna negen jaar onderhandelen, een akkoord over een verdere verdieping van hun politieke en economische samenwerking. Dat akkoord werd op 22 mei van dit jaar getekend. Net als bij Mercosur is gekozen voor een afzonderlijke voorlopige handelsovereenkomst, die eerder kan ingaan dan de bredere gemoderniseerde mondiale overeenkomst. Na goedkeuring door het Europees Parlement en de Europese Raad krijgen Europese exporteurs betere toegang tot een markt van ruim 130 miljoen consumenten.
En richt haar blik ook op Azië en de Stille Oceaan
Eind 2025 werden de onderhandelingen over een vrijhandelsakkoord met Indonesië afgerond, gevolgd door akkoorden met India en Australië in 2026. Deze overeenkomsten worden momenteel juridisch getoetst en vertaald in de officiële EU-talen. Na goedkeuring door de Europese Raad kunnen ze worden ondertekend, waarna ratificatie en implementatie volgen.
Daarnaast startte de EU eind 2025 een handels- en investeringsdialoog met het CPTPP, een handelsblok van twaalf landen rond de Stille Oceaan, waaronder Australië, Canada, Chili, Japan, Mexico, Vietnam en sinds 2024 ook het Verenigd Koninkrijk. Naast samenwerking op het gebied van handelsdiversificatie en leveringszekerheid willen beide blokken ook werken aan versterking van het multilaterale handelssysteem, inclusief de hervorming van de Wereldhandelsorganisatie. Maar het ontbreken van de VS en China, die geen lid zijn van de CPTPP, zal de potentiële impact van EU-CPTPP-afspraken op de wereldhandel vermoedelijk beperken.
EU-initiatieven verbreden afzetmarkten en versterken de weerbaarheid
Al deze initiatieven van de EU passen in een bredere strategie om handelsstromen te spreiden en afhankelijkheden te verkleinen. Door nauwere samenwerking met gelijkgestemde economieën kunnen Europese bedrijven hun afzetmarkten verbreden en hun toeleveringsketens robuuster maken. De deelnemende landen laten hiermee aan de VS - en ook China – zien dat zij blijven vasthouden aan een op regels gebaseerde handelsorde. Ook al vormen die initiatieven geen snelle oplossing voor verminderde toegang tot de Amerikaanse markt, ze laten wel zien dat de EU actief blijft zoeken naar nieuwe handelspartners.
Greetje Frankena- Deputy Head Economic Research Department
Dana Bodnar - Senior Econoom