Hoe mondiale handelsstromen zich aanpassen, één jaar na ‘Liberation Day’
Liberation Day
Iets meer dan een jaar geleden, op 2 april 2025, escaleerden de Verenigde Staten hun toch al confronterende handelsbeleid. Op deze dag, die als ‘Liberation Day’ de boeken in zou gaan, zetten de VS noodbevoegdheden in om een universeel invoertarief en hoge ‘wederkerige’ tarieven op te leggen aan landen waarmee ze een handelstekort hadden. Tegelijkertijd werden nieuwe sectorspecifieke maatregelen voor auto’s en auto-onderdelen aangekondigd. Deze tariefschok is vervolgens deels teruggedraaid en uiteindelijk abrupt overhoopgehaald door rechterlijke uitspraken.
Voor exporteurs is vooral van belang dat een terugkeer naar de situatie van vóór 2025 er niet in zit. In plaats daarvan zijn tarieven structureel op een hoger niveau verankerd in het Amerikaanse systeem. Mondiale toeleveringsketens passen zich bovendien vooral aan door het omleiden van handelsstromen, in plaats van door het ‘onshoren’ van productie.
In dit artikel schetsen wij het huidige tarieflandschap en wat de data laten zien over de reactie van de mondiale handelsstromen.


Amerikaanse markt
De EU heeft marktaandeel verloren op de Amerikaanse markt, hoewel zij na Mexico nog steeds het grootste herkomstgebied is voor Amerikaanse invoer. Het aandeel van de EU in de totale Amerikaanse import bedraagt nu 14,9%, tegenover 18,6% in 2024. Het aandeel van Nederland is eveneens gekrompen naar 0,7%, waar dit vóór de escalatie van de handelsoorlog nog 1,0% was.
Volgens internationale handelsdata van het CBS is de Nederlandse export naar de VS met 1,4 procentpunt gedaald ten opzichte van 2024. Tegelijkertijd is de Nederlandse import uit China in diezelfde periode slechts met 0,2 procentpunt gestegen. Dit staat in schril contrast met Mexico en diverse Zuidoost-Aziatische economieën, die hun import uit China juist sterk zagen toenemen.
De Nederlandse import uit Taiwan steeg daarentegen met 0,9 procentpunt. Dit wijst erop dat Nederlandse ICT-importen uit China worden vervangen door importen uit Taiwan.
Conclusie: hogere tarieven vormen de nieuwe realiteit en vereisen aanpassing
Een jaar na ‘Liberation Day’ is de toon verschoven van schok naar aanpassing. Hoewel de oorspronkelijke Liberation Day-tarieven door de rechter ongeldig zijn verklaard, blijven de Amerikaanse invoertarieven historisch hoog. De onzekerheid houdt aan nu de termijn van 150 dagen van de huidige Sectie 122-tarieven in juli afloopt en er onderzoeken naar andere handelsbevoegdheden lopen. Eén ding is zeker: de Amerikaanse tarieven zullen de komende jaren op een historisch hoog niveau blijven.

Handel verschuift
Data laten zien dat handel verschuift in plaats van tot stilstand komt. De Amerikaanse invoer is veerkrachtig gebleken, mede geholpen door het naar voren halen van export in anticipatie op tariefwijzigingen. Ook de aanhoudend sterke vraag naar hightech-producten verklaart deze veerkracht. Toeleveringsketens passen zich vooral aan door het omleiden van handelsstromen. In de praktijk leidt dit tot een verschuiving van marktaandelen: het directe aandeel van China in de Amerikaanse invoer is scherp gedaald, terwijl andere Aziatische economieën aan terrein hebben gewonnen. Tegelijkertijd heeft de EU marktaandeel verloren en is ook het aandeel van Nederland gedaald.
Voor Nederlandse exporteurs is het van belang zich te realiseren dat hogere Amerikaanse tarieven de nieuwe realiteit zijn. Dit vraagt om het opnemen van tariefscenario’s in prijs- en margediscussies en bijzondere aandacht voor de vraag of producten onder de hoogste tarieven vallen. Daarnaast is het versterken van documentatie- en compliance-capaciteiten cruciaal, nu Washington de reikwijdte van handelsonderzoeken verder verbreedt. Tegelijkertijd biedt de VS nog steeds kansen – met name voor exporteurs van kapitaalgoederen – aangezien de Amerikaanse vraag naar hightech-importen blijft groeien.
Dana Bodnar - Senior Econoom bij Atradius DSB