Buitenlandbeleid bij VNO-NCW/MKB-Nederland
Een interview met Carola Baller, Deputy Director International Affairs VNO-NCW/ MKB-Nederland
In de categorie beleidsbepalende gezichten van het publieke financierings- en verzekeringslandschap, stelden we drie vragen aan Carola Baller, sinds 2023 strategisch beleidsadviseur internationaal ondernemen bij VNO-NCW/MKB-Nederland. Carola werkte eerder bij de ministeries Financiën, EZ, en daarna twintig jaar als diplomaat voor Buitenlandse Zaken met standplaatsen in Soedan, Zwitserland, Myanmar, en Mali.
Meer of minder Nederland in de wereld?
Meer. Nederland verdient bijna 30 procent van zijn bruto binnenlands product in het buitenland. Dat zegt wat over onze open handelseconomie. Als er iets aan de hand is in de wereld, voelen we dat meteen. Zo ook nu met de huidige situatie in bijvoorbeeld het Midden-Oosten, en de veranderende relaties met de VS en China. Essentieel dus om met een strategische blik naar het buitenland te kijken. Daar hoort ook een strategisch handelsbeleid bij, het liefst gericht op internationale partnerschappen die wederzijds voordeel geven.
Nederland hoeft dat niet alleen te doen. Binnen VNO-NCW/MKB-Nederland werk ik veel samen met collega’s die bijvoorbeeld naar Europese samenwerking, handelsverdragen, sanctiebeleid en defensie kijken. Samen met een aantal andere strategische beleidsadviseurs kijken we ook juist naar de regio’s buiten de EU. Daar liggen niet alleen volop kansen, maar ook vinden we strategische partners, bijvoorbeeld op het gebied van grondstoffen. Snelgroeiende landen zoals India en Nigeria worden steeds belangrijker. Ik merk dat veel Nederlandse bedrijven graag willen zakendoen in (opkomende) landen buiten de EU maar dat het niet vanzelfsprekend is én vele uitdagingen kent.
De concurrentie is hevig en de regels kunnen nogal verschillen. Het vraagt veel van ondernemers: aanpassingsvermogen, een politieke antenne en cultureel inlevingsvermogen. Van de overheid vraagt het juist om het internationale speelveld te waarborgen, in te zetten op economische diplomatie en door slimme inzet van handelsinstrumenten zoals de ekv.
Carola Baller
Economische diplomatie of ondernemende diplomaten?
Beide. Ik ben heel dankbaar dat ik als diplomaat heb mogen “ondernemen”, onder andere bij het opzetten van nieuw (handels) kantoren in Myanmar en Zuid-Soedan. Je begint dan met een laptop en twee koffers, net zoals veel starters in een nieuw land, met de opdracht ‘zet een kantoor op en zie waar kansen liggen’.
Fysiek aanwezig zijn om een lokaal netwerk op te bouwen, kennis te vergaren en inzicht in de markt en maatschappij te krijgen, en dat vervolgens in te kunnen zetten voor Nederlandse ondernemers, kennisinstellingen en andere organisaties. Geweldig. Terug in Nederland wilde ik graag bezig blijven met ondernemers in de meer uitdagende markten, maar dan vanuit een andere blik, die van de ondernemers zelf. Economische diplomatie maar alsnog indirect handel mogelijk maken. Bij VNO-NCW/MKB-Nederland doe ik dat door onder andere mee te denken over de inzet van de ekv.
Maar ik mag mij ook bezig houden met bredere vragen: hoe kun je publieke en private partijen beter laten samenwerken om handel te stimuleren? Op welke regio’s moeten Nederland en de EU zich in de toekomst gaan richten? Geen halfslachtig buitenlandbeleid maar connecting the dots. Zorgen dat het instrumentarium van studiefase naar financiering en uiteindelijk projectuitvoering en handel ook gaat rijden. Ook binnen de overheid is verbinding nodig, niet alle onderdelen binnen een departement werken even goed samen, als tussen de departementen. Vanuit buitenaf zie je dat soms scherper dan als je er onderdeel van bent. Dat is het leuke aan deze plek: zorgen dat het verbonden wordt, en daarmee effectiever en efficiënter. Handelsakkoorden, handelsmissies, ontwikkelingssamenwerking en Invest International en de ekv. Als je ze niet samen aanpakt, ga je dat als land merken. De EU biedt ook kansen voor Nederlandse ondernemers, bijvoorbeeld via de Global Gateway, waarbij exportkredieten en ontwikkelingsgelden samen kunnen komen.
Wat heb je geleerd over de ekv?
Veel. Bijvoorbeeld hoe belangrijk exportfinanciering en in het bijzonder de ekv is voor internationaal ondernemend Nederland, van grootbedrijf tot mkb. Ik heb veel exporteurs leren kennen die succesvol zakendoen in bijzondere landen dankzij de ekv. En uiteraard met ondersteuning van Invest International. Met in het bijzonder vanuit de Nederlandse maakindustrie, die met innovaties en hoge standaarden verschil maakt in het buitenland. Soms zijn die internationale successen zo groot dat bedrijven in Nederland doorgroeien tot multinational. Het tweede wat ik heb geleerd is de rol van het ekv op internationaal vlak.
Bedrijven kunnen een beter en aantrekkelijker bod neerleggen bij de afnemer, en daardoor versterk hun concurrentiepositie. Zo heb ik ook leren kijken naar andere landen en hun Eca’s. Duitsland, Zweden en Frankrijk koppelen exportfinanciering aan hun industriebeleid. Ook in Nederland werken we nu aan een nieuw industriebeleid en wordt meer ingezet op versterking van ons (internationaal) verdienvermogen. Dus ook voor ons ligt die uitdaging er, om handels- en industriebeleid beter bij elkaar te krijgen en hoe een instrument als de ekv daar een rol in kan spelen.
Daarom ben ik blij dat het Nederlandse instrumentarium zich ook op dit gebied ontwikkelt en dat er goed wordt geluisterd naar de visie van exporteurs. We zien dat veel exporteurs nieuwe producten zoals de innovatiedekking verwelkomen. Een nieuw product wat echt kan worden gezien als een vertaling van de potentie die Nederlandse technologie over grenzen heeft. Daar blijft het niet bij: we moeten blijven inspelen op de uitdagingen van deze tijd, zoals in het defensiedomein en de steeds belangrijk wordende sleuteltechnologieën. Tenslotte heb ik geleerd dat de ekv allesbehalve een kostenpost is omdat het zichzelf terugverdient. Daarmee is de regeling effectief, efficiënt én toekomstbestendig.
Carola Baller Deputy Director International Affairs VNO-NCW/MKB-Nederland