Aziatische economieën tonen veerkracht, maar zakendoen wordt complexer

Opkomend Azië blijft belangrijke groeimotor van wereldeconomie

Hoe veerkrachtig zijn de opkomende economieën in Azië nu de energieprijzen stijgen en handelsbelemmeringen toenemen? Welke factoren bepalen in hoeverre economieën externe schokken kunnen opvangen? En wat betekent het voor Nederlandse ondernemingen dat de Aziatische handelsstromen steeds meer worden gedreven door geopolitieke ontwikkelingen?

Opkomend Azië blijft een van de belangrijkste groeimotoren van de wereldeconomie. De regio staat er dan ook beter voor dan tijdens eerdere mondiale schokken. Veel landen beschikken over grotere buitenlandse deviezenreserves, diepere binnenlandse markten en geloofwaardiger economisch beleid. Wel zijn er verschillen tussen de landen, samenhangend met de energiepositie van het land, de kracht van de binnenlandse economie, de kwaliteit van instituties en de plaats binnen veranderende internationale productieketens.

Hogere energieprijzen raken landen verschillend

De stijging van de energieprijzen verhoogt in de hele regio de productie-, transport- en logistieke kosten. Vooral energie-importerende economieën als India, Thailand, de Filipijnen en Vietnam zijn kwetsbaar. In deze landen jagen hogere brandstofprijzen de inflatie aan, wat de koopkracht van consumenten aantast en de winstmarges van ondernemingen onder druk zet. China en Maleisië zijn beter in staat de energieschok op te vangen. China kan terugvallen op strategische voorraden en alternatieve energieleveranciers. Maleisië profiteert van zijn positie als exporteur van LNG, al blijven ook daar de energie-intensieve sectoren gevoelig voor hogere kosten. Indonesië neemt een middenpositie in. Het land beschikt over een omvangrijke grondstoffenbasis, maar is voor olie deels afhankelijk van invoer. Hogere olieprijzen en een zwakkere roepia kunnen daardoor de inflatie verhogen en de kosten van brandstofsubsidies opdrijven, met gevolgen voor de koopkracht en de overheidsfinanciën. Voor Nederlandse exporteurs kunnen de gestegen energieprijzen in afzetmarkten betekenen dat de vraag naar hun producten afneemt en de financiële positie van lokale afnemers verslechtert. Een sterke energieafhankelijkheid van klanten en leveranciers of beperkte mogelijkheden om stijgende kosten door te berekenen kan leiden tot verhoogd betalingsrisico.

Binnenlandse buffers maken het verschil

De mate waarin landen externe schokken kunnen opvangen, wordt vooral bepaald door hun binnenlandse buffers. Een grote consumentenmarkt, beheersbare inflatie, voldoende begrotingsruimte en een stabiele munt maken het makkelijker om tegenwind te doorstaan. Ook de kwaliteit van de instituties in een land is belangrijk. Voorspelbare regelgeving, onafhankelijke beleidsinstellingen en een transparant investeringsklimaat ondersteunen het vertrouwen van bedrijven. In zijn algemeenheid hebben Aziatische landen daarin de laatste decennia flinke vooruitgang geboekt, maar ze kennen in meer of mindere mate ook kwetsbaarheden. India beschikt dankzij een grote binnenlandse markt, infrastructurele investeringen en digitalisering over een krachtige interne groeimotor. Tegelijkertijd blijven vergunningen, douaneprocedures en productcertificering complex. Vietnam profiteert sterk van buitenlandse investeringen en de verplaatsing van productie uit China. Snelle kredietgroei zet echter de liquiditeit en financiële buffers van vooral kleinere banken onder druk, waardoor lokale ondernemingen moeilijker financiering kunnen krijgen.

Maleisië biedt kansen in halfgeleiders, datacenters en elektrische apparatuur, maar wordt daarmee ook afhankelijker van de mondiale technologiecyclus. Ook Indonesië profiteert van een grote binnenlandse markt. De economische groei blijft daardoor stabiel, maar het vermogen om externe schokken op te vangen staat onder druk door twijfels over het economisch beleid. Sinds het aantreden van president Subianto in 2024 zijn de zorgen over begrotingsdiscipline, beleidsvoorspelbaarheid en de onafhankelijkheid van de centrale bank toegenomen. Thailand en de Filipijnen zijn binnen de groep van grotere, opkomende economieën in de regio het kwetsbaarst voor externe schokken. In Thailand remmen de hoge huishoudschulden en zwakke consumptie de binnenlandse vraag. De Filipijnse economie heeft last van hoge inflatie en politieke onzekerheid. China blijft onmisbaar in mondiale productieketens, maar de zwakke consumptie en problemen in de vastgoedsector maken de groei onevenwichtig.

Handelsstromen verschuiven

Geopolitieke spanningen, zoals de voortdurende wedijver tussen China en de VS en de oorlog in het Midden-Oosten, leiden niet tot een afname van de internationale handel, maar veranderen wel de routes waarlangs goederen en investeringen bewegen. Om risico’s te verminderen doen veel ondernemingen daarom aan diversificatie van toeleveringsketens en afzetmarkten. Dit speelt met name wat betreft China, dat getroffen wordt door Amerikaanse handelstarieven, en ook zelf maatregelen neemt die lastig zijn voor buitenlandse ondernemingen. Ten einde de afhankelijkheid van China te reduceren, spreiden bedrijven hun productie volgens de zogeheten ‘China-plus-one’-strategie. Daarbij behouden zij productiecapaciteit in China, maar breiden zij hun capaciteit elders uit. Vooral Zuidoost-Azië ontwikkelt zich zo tot een verbindende schakel tussen Chinese invoerproducten, regionale assemblage en de uiteindelijke afzetmarkten.

Complexer ondernemen in een aantrekkelijke regio

Probleem is nu dat met deze diversificatiestrategie China slechts ten dele uit de keten verdwijnt. Chinese machines, componenten en halffabricaten worden steeds vaker verwerkt in andere Aziatische productiecentra, waarna de eindproducten naar Europa of de VS gaan. De VS letten steeds scherper op doorvoer, oorsprong en het gebruik van Chinese onderdelen, waardoor extra tarieven of andere maatregelen dreigen. Tegelijkertijd stelt Europa zwaardere eisen aan duurzaamheid, arbeidsvoorwaarden, productnormen en oorsprongsregels. Nederlandse bedrijven moeten daardoor steeds vaker kunnen aantonen waar belangrijke onderdelen vandaan komen, welke bewerkingen in ieder land plaatsvinden en waarom het eindproduct volgens de geldende regels een bepaalde oorsprong heeft. Een product dat in Vietnam of Maleisië wordt geassembleerd, krijgt niet vanzelfsprekend de oorsprong van dat land wanneer het grotendeels uit Chinese onderdelen bestaat en lokaal slechts beperkt is bewerkt. Onvoldoende bewijs kan leiden tot verlies van tariefvoordelen, extra handelsheffingen, controles en vertraging bij de douane. Ondernemingen doen er goed aan duidelijke leveranciersverklaringen, productiestukken en oorsprongsdocumenten op te vragen en in contracten vast te leggen wie verantwoordelijk is voor onjuiste informatie of onverwachte invoerheffingen.

Voor Nederlandse ondernemingen zijn er voldoende mogelijkheden voor diversificatie van leveranciers en afzetmarkten, maar de toeleverings­­ketens kunnen daardoor wel minder overzichtelijk worden. Zonder goede screening kan dit dan ook douane- en compliance-risico’s met zich meebrengen.

De opkomende economieën in Azië zijn ondanks gestegen energieprijzen en toegenomen handelsbelemmeringen nog steeds een aantrekkelijke markt voor Nederlandse ondernemingen. Zakendoen in de regio wordt wel complexer, doordat onder­nemingen rekening moeten houden met de energie­gevoeligheid van hun afnemers en veranderende handels­regels.

Meer lezen over de belangrijkste opkomende economieën in Azië?

Lees de Atradius Emerging Asia Economic Outlook - Economic resilience tested by external shocks, September 2026.


Bert Burger- Deputy Head Economic Research Department

Contact


info.dsb@atradius.com 020-553 2693

Social Media


Lees meer


Kennismaken met ... Niels de Hoog