Britse handel 10 jaar na het Brexit-referendum

Op basis van handelsdata van het Britse statistiekbureau is de totale Britse handel (export plus import) sinds juni 2016 gemiddeld met slechts 0,9% per jaar gegroeid.

Tien jaar geleden, op 23 juni 2026, stemden de Britten voor uittreding uit de Europese Unie. De Britse handel is na het Brexit-referendum weliswaar niet ingestort, maar heeft wel aan momentum verloren. Op basis van handelsdata van het Britse statistiekbureau is de totale Britse handel (export plus import) sinds juni 2016 gemiddeld met slechts 0,9% per jaar gegroeid, tegenover 3,0% in de periode voor het referendum (figuur 1). De handel met niet-EU-partners is sterker gestegen dan de handel met de EU, en ligt 12% boven het niveau van voor het referendum, terwijl de handel tussen het VK en de EU 5% hoger ligt. Dit wijst op een geleidelijke heroriëntatie, maar niet op een volledige verschuiving weg van Europa.

De EU is nog steeds goed voor bijna de helft van de totale Britse handel, slechts 1,8 procentpunt minder dan voor het Brexit-referendum. De verandering is duidelijker zichtbaar aan de importzijde, waar het aandeel van de EU met 3,6 procentpunt is gedaald, terwijl het exportaandeel nauwelijks is veranderd. Na de EU zijn de grootste handelspartners de Verenigde Staten (12%) en China (9%). De handel met deze markten is de afgelopen jaren grotendeels gestagneerd. Er zijn slechts beperkte aanwijzingen dat het VK via bilaterale relaties meer onderhandelingsmacht of groeikansen heeft weten te realiseren.

De door de Britse regering gemaakte belofte van snellere groei via nieuwe handelsakkoorden heeft tot nu toe slechts beperkte resultaten opgeleverd. De meeste post-Brexit-akkoorden bouwen voort op bestaande EU-voorwaarden of hebben betrekking op een klein deel van de Britse handel. Overeenkomsten met Australië, Nieuw-Zeeland en andere landen in de Indo-Pacific zijn strategisch relevant, maar vertegenwoordigen slechts een bescheiden aandeel van de huidige handel.

De grotere vraag is of de lopende onderhandelingen over akkoorden met de GCC-landen (Gulf Cooperation Council) en India de markttoegang wezenlijk kunnen verbeteren. Vooralsnog wijst het empirische bewijs op een langzamer groeiende handel en slechts een beperkte heroriëntatie op handelspartners buiten de EU. Europa blijft een centrale rol innemen in de Britse handel en de toeleveringsketens van het VK.

Post-Brexit vrijhandelsakkoorden

Het VK heeft meer dan 70 handelsakkoorden, waarvan de meeste de handelsvoorwaarden overnemen uit bestaande EU-akkoorden met derde landen. De belangrijkste vooruitgang bij andere grote vrijhandelsakkoorden sinds Brexit omvat:

Akkoord
Datum
Aandeel in totale Britse handel
VK–Australië FTA
Ondertekend 2021, in werking 2023
0,8%
Comprehensive and Progressive Agreement for Trans-Pacific Partnership (CPTPP: Australië, Brunei, Canada, Chili, Japan, Maleisië, Mexico, Nieuw-Zeeland, Peru, Singapore, Vietnam)
Toetreding in 2024
VK had al bilaterale akkoorden met alle CPTPP-landen behalve Maleisië en Brunei, samen goed voor 0,4%
Gulf Cooperation Council (GCC)
Ondertekend mei 2026, nog niet in werking
2,7%
India
Ondertekend juli 2025, nog niet in werking
1,7%
Nieuw-Zeeland
Ondertekend 2022, in werking 2023
0,2%

Het meest significante handelsakkoord dat tot nu toe is gesloten (in termen van handelsvolume) is het meest recente met de GCC (Gulf Cooperation Council). Van de akkoorden die daadwerkelijk in werking zijn getreden, is de meeste vooruitgang geboekt met Indo-Pacific-landen: Australië, Nieuw-Zeeland en de CPTPP (vooral Maleisië en Brunei). De CPTPP is een vrijhandelsakkoord tussen economieën rond de Stille Oceaan. Gezamenlijk vormt dit echter nog steeds slechts een klein aandeel van 1,3% van de Britse handel.

Handel tussen het VK en Nederland

De Nederlandse export van goederen naar het Verenigd Koninkrijk is sinds het Brexit-referendum achtergebleven. Sinds het referendum is de Nederlandse export naar het VK met 7,8% gedaald, terwijl de invoer uit het VK met 32,2% steeg.

Een nadere blik op de handelsdata laat zien dat vooral de wederuitvoer vanuit Nederland achterbleef. Dat is de export van producten van buitenlandse makelij, die na een kleine bewerking in Nederland weer worden uitgevoerd naar het buitenland. De wederuitvoer naar het VK daalde sinds het Brexit-referendum met 10,9%, terwijl de totale wederuitvoer naar alle landen in waarde verdubbelde. Vooral de wederuitvoer van telefoons, modems en routers naar het VK is sterk gedaald. Het lijkt erop dat het VK deze goederen vaker rechtstreeks uit China of andere Zuidoost-Aziatische landen importeert, aangezien de totale Britse import grotendeels stabiel is gebleven.

Aan de export van goederen van eigen makelij verdient Nederland per verhandelde euro veel meer dan aan de wederuitvoer. De export naar het VK van goederen van Nederlandse makelij is sinds het Brexit-referendum met 43,9% gestegen.

Desalniettemin is de groei wel minder sterk dan de wereldwijde toename van de Nederlandse export (60,8%). Nederland exporteert vooral geraffineerde aardolieproducten naar het VK. Andere belangrijke exportproducten van Nederlandse makelij zijn bloemen en planten en groenten en wortels.

Conclusie

Hoewel de Britse handel na het Brexit-referendum niet is ingestort, heeft het wel aan momentum verloren. Sinds juni 2016 ligt de jaarlijkse handelsgroei aanmerkelijk lager dan daarvoor, met de sterkste vertraging in de handel met de EU. Nieuwe mondiale handelsakkoorden hebben geen betekenisvolle groeispurt opgeleverd, omdat hun economische gewicht te beperkt is. Door de Brexit wordt ook de handelsrelatie met Nederland geraakt, waarbij vooral de Nederlandse wederuitvoer naar het VK onder druk staat.

Literatuur

CBS (2024), Goederenexport naar Verenigd Koninkrijk blijft achter sinds Brexit, https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2024/37/goederenexport-naar-verenigd-koninkrijk-blijft-achter-sinds-brexit

Theo Smid - Senior Econoom

Dana Bodnar - Senior Econoom

Contact


info.dsb@atradius.com 020-553 2693

Social Media


Lees meer


Hoe mondiale handels­stromen zich aanpassen, één jaar na ‘Liberation Day’