Handelsovereenkomst tussen de EU en India

Het internationale handelsklimaat is in korte tijd een stuk grimmiger geworden. Waar globalisering jarenlang synoniem stond voor open markten, efficiënte productieketens en voorspelbare spelregels, raakt het speelveld nu gefragmenteerd. Handelstarieven, oneerlijke concurrentie en, erger nog, economische afhankelijkheden die worden ingezet als geopolitiek wapen, nopen overheden en bedrijfsleven tot maatregelen. Het sluiten van handelsakkoorden met landen die niet meedoen aan deze praktijken hoort daarbij. Maar er is meer nodig: streven naar strategische autonomie.

De media besteedden er veel aandacht aan: de Europese Unie en India sloten eind januari een belangrijke handelsovereenkomst. Door Europese Commissievoorzitter Ursula Von der Leyen werd het zelfs ‘de moeder van alle handelsdeals’ genoemd, en kijkend naar de omvang van beide economieën en de reikwijdte van de afspraken is dat geen rare omschrijving. Het akkoord vermindert 96,6% van de heffingen op Europese producten voor de Indiase markt of schaft deze helemaal af. Europese producenten van machines, auto’s en wijn zullen profiteren van lagere invoerheffingen in India, terwijl boeren in gevoelige sectoren hun bescherming behouden. De Europese Commissie verwacht dat hierdoor de jaarlijkse export naar India de komende zes jaar zal verdubbelen. Ook krijgt de EU betere toegang tot de Indiase dienstensector. Omgekeerd zal de EU binnen zeven jaar de invoerrechten op 99,5% van goederen uit India afschaffen of verlagen, waarvan met name de Indiase verwerkende industrie en de dienstensector zullen profiteren.

De deal gaat bovendien om meer dan een handelsovereenkomst. Het betreft ook samenwerking op het gebied van veiligheid en defensie, en er zijn afspraken gemaakt over arbeidsmobiliteit voor studenten, onderzoekers en hooggeschoolde werknemers. Wel duurt het nog even voordat de vruchten kunnen worden geplukt, want de overeenkomst treedt pas in werking na goedkeuring door het Europees Parlement en ratificatie door India. Hoewel er geen onoverkomelijke problemen worden verwacht, zal dit waarschijnlijk nog een jaar duren.

De economie weerbaar maken

De handelsovereenkomst moet gezien worden tegen de achtergrond van het wereldwijd verslechterde handelsklimaat en de veranderde geopolitieke situatie. Bij zowel de EU als India is daardoor de wens ontstaan om minder afhankelijk te worden van de VS en China, grootmachten die niet schuwen om economische middelen in te zetten voor geopolitieke belangen. De EU en India willen hun economieën weerbaarder maken tegen externe schokken en geopolitieke druk, zonder zich af te sluiten van de wereldmarkt. Anders gesteld: beide streven naar strategische autonomie, ofwel het vermogen om eigen keuzes te maken en niet afhankelijk te zijn van andere landen.

De afgelopen jaren hebben dan ook meerdere kwetsbaarheden pijnlijk zichtbaar gemaakt. De coronapandemie legde bloot hoe afhankelijk veel landen zijn van buitenlandse leveranciers van medicijnen en medische apparatuur. De energiecrisis die ontstond na de Russische inval in Oekraïne liet zien hoe geopolitiek en grondstoffen met elkaar verbonden zijn. En de handelsspanningen tussen de VS en China tonen dat economische verwevenheid niet automatisch stabiliteit garandeert. Voor ondernemers betekent dit onzekerheid. Leveringszekerheid, toegang tot technologie en geopolitieke risico’s spelen een grote rol in strategische beslissingen. Overheden proberen daarop te anticiperen met beleid dat de economische weerbaarheid moet vergroten. De EU en India doen dat elk op hun eigen manier. De ambities zijn vergelijkbaar, maar de uitgangspositie en de gekozen route naar de nagestreefde autonomie verschillen sterk.

De Europese Unie: balanceren tussen openheid en bescherming

De EU is traditioneel een kampioen van vrijhandel. Europese bedrijven floreren in open markten, en de interne markt is een van de grootste economische zones ter wereld. Maar juist door die openheid is de EU kwetsbaar voor externe druk. De afhankelijkheid van Russisch gas, de beperkte productiecapaciteit voor essentiële medicijnen en de dominantie van Aziatische spelers in hightech‑ketens zoals halfgeleiders hebben geleid tot een herbezinning op de te varen koers.

De Europese strategie kan in grote lijnen worden samengevat met de drie pijlers van protecting, promoting en partnering. Met de eerste pijler beschermt de EU de eigen markt tegen oneerlijke concurrentie en economische dwang met handelsinstrumenten die het eigenlijk liever niet gebruikt. Naast de welbekende importtarieven, zijn dit onder meer strengere screening van buitenlandse investeringen, het actiever handhaven van handelsregels en de beruchte, tijdens de Groenland-crisis in stelling gebrachte handelsbazooka, het Anti-Coercion Instrument. Deze beschermt de EU tegen economische dwang door derde landen door, als diplomatieke kanalen niet meer werken, bijvoorbeeld beperkingen op buitenlandse directe investeringen op te leggen of extra invoerrechten te heffen.

De tweede pijler is positiever ingestoken en betreft het promoten of stimuleren van investeringen in strategische sectoren zoals groene technologie, digitale infrastructuur en halfgeleiders. De EU Chips Act bijvoorbeeld moet ervoor zorgen dat Europa minder afhankelijk wordt van externe leveranciers en meer eigen innovatiekracht ontwikkelt. Dit gebeurt bijvoorbeeld door het opzetten van onderzoeksfaciliteiten en het subsidiëren van grote chipfabrieken. Een recent initiatief is het Digital Commons European Digital Infrastructure Consortium. Deze heeft als doel EU-lidstaten te helpen bij het gezamenlijk ontwikkelen, implementeren en beheren van grensoverschrijdende digitale infrastructuren. Door gedeelde, open-source digitale infrastructuren te bouwen in EU-landen (cloud, AI, cybersecurity, sociale platforms) kan DC-EDIC de digitale soevereiniteit van Europa versterken en de afhankelijkheid van niet-Europese technologieën verminderen. Verder is er de Critical Raw Materials Act, die is ontworpen om de levering van essentiële mineralen te waarborgen en te diversifiëren door binnenlandse productiedoelstellingen, recycling, strategische voorraadopbouw en afspraken met grondstoffen producerende landen.

Met de derde pijler, partnering, zet de EU in op internationale samenwerking. Handelsakkoorden met landen als India, Japan en Canada, en mogelijk ook het Zuid-Amerikaanse handelsblok Mercosur, passen in die strategie. De EU wil de internationale rechtsorde versterken, maar ook haar eigen belangen beter borgen. Voor ondernemers betekent dit dat Europa niet de weg van protectionisme inslaat, maar wel kritischer kijkt naar strategische afhankelijkheden. Bedrijven worden aangemoedigd om hun toeleveringsketens te diversifiëren en te investeren in innovatie binnen Europa.

India: snel groeiende economie met mondiale ambities

India staat er anders voor. De economie is groot en groeit snel, maar is minder verweven met de wereldhandel dan die van de EU. Lange tijd was India relatief gesloten, met een sterke nadruk op zelfvoorziening. De laatste jaren is dat aan het veranderen: India streeft naar een grotere rol in de mondiale waardeketens, vooral in de maakindustrie. De wereldwijde trend richting protectionisme vormt echter een uitdaging. Als markten minder open worden, wordt het moeilijker om exportgedreven groei te realiseren. Daarom zet India de laatste jaren in op een agressieve strategie van exportdiversificatie. Het land probeert buitenlandse bedrijven aan te trekken die hun productie willen verplaatsen uit China en investeert in sectoren zoals elektronica, farmacie en hernieuwbare energie. Tegelijkertijd blijft India vasthouden aan zijn traditionele buitenlandse beleid van ongebondenheid. Het land wil zich van oudsher niet binden aan de grootmachten. Dat geeft India flexibiliteit, maar maakt het ook lastig om diepgaande economische samenwerking aan te gaan die ook verplichtingen met zich meebrengt.

Voor ondernemers biedt India kansen, maar ook complexiteit. De markt is groot, de arbeidskosten zijn relatief laag en de overheid stimuleert productie. Maar bureaucratie, infrastructuur en beleidsvolatiliteit blijven aandachtspunten.

Belemmeringen, maar ook kansen

Hoewel de EU en India verschillende strategieën volgen, streven ze naar hetzelfde: economische weerbaarheid. De EU probeert haar open economie te beschermen zonder haar kernwaarden – zoals multilateralisme en rechtsstatelijkheid – los te laten. India probeert zijn hard groeiende economie te benutten om een grotere rol op het wereldtoneel te spelen, zonder zich te binden aan één geopolitiek kamp. Beide benaderingen hebben potentie, maar de weg naar strategische autonomie is hobbelig. De internationale omgeving wordt gedomineerd door grootmachten die hun nationale belangen vooropstellen. Dat maakt het voor spelers die liever samenwerken moeilijk om ruimte te creëren voor eigen strategische keuzes.

Voor Europese ondernemers die internationaal actief zijn (niet alleen in India) heeft het moeilijker wordende speelveld belangrijke implicaties. Ten eerste is diversificatie belangrijker dan ooit. Afhankelijk zijn van één leverancier of één markt is riskanter dan ooit. Daarnaast moeten technologie en innovatie gezien worden als strategische assets. Overheden investeren hierin en zijn behulpzaam, maar bedrijven moeten daarin meegaan en zo mogelijk het voortouw nemen. Ten derde is het belangrijk rekening te houden met en in te spelen op veranderende regelgeving. Handelsmaatregelen zijn soms belemmerend, maar de economische instrumenten die de EU heeft ontwikkeld bieden kansen.


Bert Burger - Senior Econoom

Contact


info.dsb@atradius.com 020-553 2693

Social Media


Lees meer


AI als motor van economische groei